Sorry I’m Dutch

Sorry I’m Dutch

geplaatst in: Blogs | 3

Ineens zei ‘ie het. Mijn turn. Tot drie keer toe vanavond. Ik heb hem dat niet geleerd en Noortje ook niet. Het komt dus van preschool. Precies wat onze bedoeling was, dat hij daar Engels zou leren. En toch voelt het naast trots ook erg confronterend. Het is zover, mijn Siamese tweeling Timme gaat Kiwi worden.

In New Zealand praten ze Engels en een beetje Maori. Hoewel dat een heel apart Engels is. Het klinkt plat, wat slordig en sloom, bijna als zangerig Nimweegs. Noortje verbeterde vorige week nog mijn ‘yes’: nee mam, het is ‘jjjies’. Plat dus. In Nederland durfde ik nooit Engels te praten, omdat ik weet dat ik zo’n enorm Nederlands accent heb. Je kunt nog zo’n fijne woordenschat hebben, als het er Hollands uitkomt, klinkt het toch onprofessioneel of dom. Maar hier heb ik daar totaal geen last van. Mijn accent is er volop, maar de schaamte niet. Ik praat gewoon. Af en toe knullig en op zoek naar woorden, maar ik begin maar wat te praten want ik heb informatie en antwoorden nodig. Of gezelschap. En het leuke is dat ik hele positieve reacties krijg van de locals. Ze vragen me regelmatig hoe het komt dat ik zo perfect Engels praat. Perfect ja! Wauw. En ergens snap ik dat ook wel, want ik praat netter Engels dan de gemiddelde Kiwi. En ik schrijf vooral ook veel netter Engels dan de gemiddelde Kiwi. Als je op Facebook ziet wat er allemaal wordt neergepend aan Engelse schrijffouten. Oei in het kwadraat.

Het lijkt wel of iedereen hier op Facebook zit. Dat moet ook wel, want het vervult een belangrijke rol in het dagelijkse leven. Je kunt maar moeilijk zonder. De tweedehands uniformwinkel van school is zojuist verhuisd naar Facebook. En zoek je informatie over ijs op de wegen, dan moet je op FB de pagina in de gaten houden van het lokale radiostation. IJsvrij of geen zwemlessen vandaag? Dat lees je alleen op de FB-pagina van school. Het sociale netwerk heeft een belangrijke sociale functie. Wij hebben dat gemerkt toen we hier aankwamen. We werden warm ontvangen door een aantal lieve mensen uit de groep Dutch in NZ en hebben er vrienden gemaakt. En toen we even later in ons (toen nog) lege huurhuis gingen wonen hebben we op Facebook algauw alle tweedehands-en-gratis-spullen-groepjes ontdekt. Vaak zie je daar ook hartverwarmende dingen gebeuren. Bijvoorbeeld na een oproep in Wanaka om een leuk gratis vakantieverblijf te bieden aan een ziek jongetje en zijn gezin. De stroom aan reacties en initiatieven die daarop volgde van lokale bedrijven en bewoners was echt fantastisch om te lezen. Dan ben ik echt trots dat ik een beetje bij die aardige gemeenschap mag horen.

Terug naar het Engels. Ik volg lang niet alles. Het lijkt zelfs wel of ik het steeds moeilijker vind om Engels te verstaan, hoe dieper ik in het leven hier duik. Soms hoor ik moeders dingen zeggen tegen de juf, waar ik werkelijk niks van kan maken. Het gaat te snel, te plat, er is teveel slang. En 1-op-1 met New Zealanders kletst het gewoon niet altijd lekker als je steeds loopt te haperen en zoekt naar woorden. Met kinderen praten vind ik al helemaal moeilijk. Die verstaan mij ook maar lastig. Misschien komt dat ook doordat de gespreksstof nogal afwijkt van de mijne. Vorige week tijdens het schoolreisje tikte een meisje mij in de bus aan en zei: ‘If I win the lotery I’m going to the North Pole to visit Santa’. Moet je doen, ‘Yeah you should’. Noortje zat naast me en begreep het niet – kent de kerstman eigenlijk niet – dus ik probeerde het gesprek iets breder te trekken. Het verhaal dat ik vervolgens vertelde over Sinterklaas in Nederland wekte bij dat meisje de meest verwarde blik op die ik ooit heb gezien. Weer een lesje voor mij: probeer de NL’se cultuur niet op te dringen, just embrace your new one.

Toch zijn de meeste mensen die ik ontmoet erg openminded. Vrijwel iedereen heeft gereisd of in het buitenland gewoond of gewerkt. Best logisch, want je zit hier op een eiland ver weg van alles, dus als je een keer naar het buitenland gaat, maak je daar een trip van die het (dure ticketgeld) waard is. Voor veel mensen geldt dat ze hier net als wij naartoe zijn verhuisd vanaf een grotere afstand. Die moeders maken ook filmpjes voor oma en opa die bijvoorbeeld 5 uur rijden verderop wonen. En ik heb ook toevallig al wat mensen ontmoet die hier helemaal geïntegreerd zijn, die Nederlandse ouders blijken te hebben. Zo heeft iedereen zijn verhaal. En iedereen lijkt elkaar in het dorp te kennen, of anders wel via-via, maar dat is dus niet per se doordat ze samen zijn opgegroeid. De Nieuw-Zeelanders zijn gewend om mensen met andere culturen te ontmoeten en op te nemen in hun community. Daar is zelfs een stichting voor opgericht in Cromwell, om nieuwe mensen wegwijs te maken. En ik ben ook een keer welkom ontvangen bij een van de kerken in het dorp waar ze iedere dinsdagochtend peuterdansen organiseren. Aan stichtingen en hulplijnen geen gebrek.

Nee, telefoonlijnen dan. Ik ben dus geen beller. Nooit geweest sinds de uitvinding van de mobiele telefoon. Dat zit hem al in dat woord mobiel. Het komt eigenlijk altijd ongelegen. Net mijn handen vol met een kind of een wasmand. Ik heb die belfunctie alleen voor noodgevallen en begeef me verder schrijvend door het online universum. Maar in juni had E hulp nodig op het werk. Er moesten klanten gebeld worden. Ach, dat doe ik wel. Ik ben absoluut geen verkoopster, maar ik vind dat je kansen moet oppakken die zo makkelijk aan komen waaien. Was dat even moeilijk! E had een prachtig belscript gemaakt, maar die mensen zeiden maar niet wat ze volgens dat belscript zouden moeten zeggen. Algauw mijn tactiek omgegooid en mijn gesprek gestart met de korting die ik kon bieden. Dat werkte iets beter. Of toch niet? Ik weet het eigenlijk niet zo goed, want ik merkte dat de subtiliteiten in de gesprekken me ontgingen. En wat praatten ze allemaal snel! Ik heb mensen aan de lijn gehad die zeiden dat het nu niet uitkwam dat ik belde, maar dan kon ik vervolgens niet goed uit hun tekst opmaken of ze een andere keer teruggebeld wilden worden of dat ze helemaal geen interesse hadden. Toen merkte ik echt dat ik nog te weinig kaas heb gegeten van de lokale uitdrukkingen, omgangsvormen en nuancering. Ik miste de non-verbale communicatie waar ik in het dagelijks leven nog op kan terugvallen. En mensen met haast of desinteresse ga je niet verder ophouden (‘sorry, wat bedoel je precies?). Niet heel leuk om te doen dus, maar ik heb er wel van geleerd. Ik durf nu namelijk wel gewoon bedrijven en instanties te bellen met vragen. En ja, dan vraag ik soms wel drie keer wat ze zeggen. En dan verschuil ik me nog eventjes achter mijn afkomst, nu het nog kan. Sorry I’m Dutch.

3 Antwoorden

  1. Het eerste stukje geschiedvervalsing is daar. Even rechtzetten. Noortje zegt nu dat zij Timme heeft geleerd om ‘mijn turn’ te zeggen.

  2. Wat goed dat jullie die stap gemaakt hebben, erg ondernemend. Leuk om zulke verhalen te lezen. Het gaat jullie goed.

    Groet ,

    Rogier
    ( basisschool klasgenoot, overigens erg leuke tijd )